Sporenmodel. Een model dat de ontwikkelingsstadia van organisaties beschrijft in reactie op de veranderingen die zich hun omgeving voordoen. Deze ontwikkelingsstadia die zijn ontleend aan de bestaansniveaus worden ‘sporen’ genoemd. Deze sporen omvatten de verschillende organisatieprincipes die het mogelijk maken de taken en verantwoordelijkheden van de organisatie te koppelen aan de meest effectieve wijze om zich tot de buitenwereld te verhouden en aan de meest effectieve inrichting in termen van ondermeer leiderschapsstijl, competenties, cultuur, structuur en systemen. In de meest complexe organisaties zijn op dit moment zes sporen te onderscheiden, terwijl de grote maatschappelijke complexiteit de introductie van een zevende spoor, dat deze sporen optimaal op elkaar afstemt, noodzakelijk maakt. Het model maakt het mogelijk zowel sterke en de zwakke plekken van de organisatie te onderkennen, en inzichtelijk te maken welke sporen in het kader van de verdere organisatieontwikkeling verstevigd en toegevoegd dienen te worden.
Referentiemodel. Een model dat inzicht geeft in de bouwstenen die een organisatie in het kader van haar organisatieontwikkeling kan inzetten om een spoor verder tot ontwikkeling te brengen of toe te voegen. Het model biedt per spoor een praktisch overzicht van de mogelijke bouwstenen die daarbij kunnen worden ingezet, ondermeer op het gebied van leiderschap en cultuur, structuur en systemen, kennis en informatie, personeel en vaardigheden, waarbij tevens de ontwikkelingslijnen van de bouwstenen van deze aspectgebieden over de afzonderlijke sporen heen duidelijk worden.
Sporenmodel voor projecten. Een model dat het organisaties mogelijk maakt om projecten in te delen naar mate van complexiteit. Dit maakt het mogelijk, vergelijkbaar met het sporenmodel voor organisatieontwikkeling, de inrichting van het project en de keuze van de projectleider optimaal op de specifieke mate van complexiteit van het betreffende project af te stemmen; met aandacht voor de mate waarin de vereiste competenties van de projectleider zijn aangeleerd of authentiek zijn ontwikkeld.
Projectmatig Creëren. Een samenhangend gedachtegoed dat wordt beschouwd als de volgende generatie in projectmatig werken; analoog aan de volgende generatie software of hardware in de informatietechnologie. Het gedachtegoed biedt alles wat de beste methodieken voor projectmatig werken bieden, en voegt daaraan de IK-kant toe, in termen van het persoonlijke commitment, de verbeeldingskracht, de kernkwaliteiten en het persoonlijk leiderschap van de betrokken projectmedewerkers. Ongenuanceerd zou men kunnen stellen dat bij de traditionele methodieken de mensen zich aan de projectstructuur dienen aan te passen, terwijl bij projectmatig creëren wordt uitgegaan van de individuele kwaliteiten en ambities van de betrokken mensen en er op basis daarvan qua inrichting en aanpak maatwerk wordt gecreëerd.
Referentiemodel. Een model dat inzicht geeft in de bouwstenen die een organisatie in het kader van haar organisatieontwikkeling kan inzetten om een spoor verder tot ontwikkeling te brengen of toe te voegen. Het model biedt per spoor een praktisch overzicht van de mogelijke bouwstenen die daarbij kunnen worden ingezet, ondermeer op het gebied van leiderschap en cultuur, structuur en systemen, kennis en informatie, personeel en vaardigheden, waarbij tevens de ontwikkelingslijnen van de bouwstenen van deze aspectgebieden over de afzonderlijke sporen heen duidelijk worden.
Sporenmodel voor projecten. Een model dat het organisaties mogelijk maakt om projecten in te delen naar mate van complexiteit. Dit maakt het mogelijk, vergelijkbaar met het sporenmodel voor organisatieontwikkeling, de inrichting van het project en de keuze van de projectleider optimaal op de specifieke mate van complexiteit van het betreffende project af te stemmen; met aandacht voor de mate waarin de vereiste competenties van de projectleider zijn aangeleerd of authentiek zijn ontwikkeld.
Projectmatig Creëren. Een samenhangend gedachtegoed dat wordt beschouwd als de volgende generatie in projectmatig werken; analoog aan de volgende generatie software of hardware in de informatietechnologie. Het gedachtegoed biedt alles wat de beste methodieken voor projectmatig werken bieden, en voegt daaraan de IK-kant toe, in termen van het persoonlijke commitment, de verbeeldingskracht, de kernkwaliteiten en het persoonlijk leiderschap van de betrokken projectmedewerkers. Ongenuanceerd zou men kunnen stellen dat bij de traditionele methodieken de mensen zich aan de projectstructuur dienen aan te passen, terwijl bij projectmatig creëren wordt uitgegaan van de individuele kwaliteiten en ambities van de betrokken mensen en er op basis daarvan qua inrichting en aanpak maatwerk wordt gecreëerd.




























